De Vijfendertigste Dag ( 19 augustus 2005)
Hoe dichter ik bij Santiago de Compostella hoe lekkerder ik mij ga voelen.
De reis begint nu echt op te schieten, nu nog 135 km te gaan.
Vandaag heb ik 86 km afgelegd.
De rit van vandaag staat in het teken van de laatste beklimmingen.
De Cebreiro en De Alto de Poio moeten worden bedwongen.
Ik ben daarom vanmorgen om 8 uur vertrokken uit Ponferrada.
Vanacht ben ik echt geschrokken.
Ik was net goed en wel ingeslapen toen ik wreed wakker gemaakt werd door een enorme knal.
Ik zat opeens rechtop in mijn bed. Chaotisch vliegen allerlei situaties door je heen; een aansalg, explosie, aardebeving?
Als ik naar het raam ren om te zien wat er aan de hand is, zie ik dat op het plein schuin tegenover het hotel een grote menigte staan.
Als ik op mijn horloge kijk zie ik dat het pas middernacht is, ik heb het gevoel al uren geslapen te hebben.
Plotseling herhalen de knallen zich en het hele plein is kort verlicht, gracieus, in een vloeiende beweging, kruipen allerlei vuurpijlen naar boven om dan met een luide knal uit elkaar te spatten.
Het licht laat duidelijk de conturen van de gebouwen in de directe omgeving zien. Steeds weer veranderen de gebouwen van kleur om dan weer op te lossen in het nachtelijk duister.

Vanuit mijn raam op de eerste etage vroeg ik de hoteleigenaar, die voor het hotel stond te kijken, er aan de hand was. Hij vertelde dat het vandaag een regionale feestdag is dat dan traditiegetrouw een vuurwerk wordt afgestoken.
Na ongeveer een kwartier was de rust teruggekeerd en kon ik mijn slaap hervatten.
Toen ik vanmorgen vertrok was het opnieuw koud. Maar dat was maar van korte duur.
Ik had net even de tijd om in te fietsen of de eerste klim diende zich al aan voor Villafranca.
Stevig klimmetje is het. Vanaf Villafranca loopt de weg geleidelijk op, steeds weer de snelweg A6 kruisend richting Ambasmestas. De snelweg hier is volgens mij nieuw en kent diverse hoge overspanningen en viaducten.
Bouwtechnisch kunnen ze er hier wat van. Vanaf Ruitelán begint het serieus te worden het traject is vanaf hier continue tussen de 6 en 7%.
Tot aan Castro dan wordt het 8 tot 9%.
Vanaf Puerto Pedrifata wordt het echt serieus de weg loopt nu 9 tot 10% op.het verradelijke van deze klim is dat naarmate de afstand vordert het stijgingpercentage toeneemt. Oftewel naar mate de vermoeidheid toeneemt, neemt ook het sejigingpercentage toe.
Op het laatste stuk naar Cebreiro kraakt alles, je ketting, het stuur waaraan je steun zoekt en je botten.
Alles gaat pijn doen, je benen, je armen, je rug.
Ik ben mensen voorbij gereden (ja, ja) die van vermoeidheid de fiets in de berm wierpen en er uitgeput bij neervielen.
En bij Cebreiro denk je dat het bijna gedaan is
(ik zit nu op 1300 meter), n
ee hoor we dalen even kort en dan meteen de Alto Poio er achteraan, nog een paar kleine afdalingen en weer omgoog, uiteindelijk bereik je de top. Volkomen gesloopt strijk je op een terras neer.
Ik vond het de moeilijkste beklimming van deze reis omdat het stijgingpercentage alleen maar oploopt en er is geen moment waarop je je benen even kunt ontspannen daarnaast stond er een forse tegenwind, die maakte de beklimming nog eens extra zwaar.
De kick is echter dat ik deze klim, in totaal 42 kilometer lang, in zijn geheel fietsend heb afgelegd.
Dat geeft aan de top, hoe kapot je daar ook aankomt een erg voldaan gevoel.
Dan eindelijk een afdaling. Een snelle over een brede weg.
Jammer dat er zo'n sterke, vlagerige wind staat. Maar goed de elementen hebben we niet in de hand.
Vanmorgen bij het vertrek had ik me al voorgenomen om door te fietsen naar Samos en daar te overnachten.
Waarom? Wilma en ik hebben hele fijne herinneringen aan het Griekse eiland Samos.
Hier hebben we samen een onvergetelijke vakantie doorgebracht. Ik ben dus weer in Samos, dit keer (jammer genoeg) zonder Wilma !
In Samos is het weer direct raak in hotel Victoria is een plekje voor me.
Ik bestel een pilsje en kom al snel in gesprek met Rudy, een Oostenrijker die te voet onderweg is van Oostenrijk naar Santiago.
Hij heeft deze route al meerdere keren gefietst en loopt de Camino nu. Rudy is ernstig ziek geweest, had keelkanker.
Hij is er van overtuigd dat het sporten, fietsen en lopen, een grote bijdrage heeft geleverd om deze ziekte te overwinnen.
Prachtig toch zo'n instelling en dit soort mannen.
We hebben afgesproken contact te houden en elkaars foto's per e-mail uit te wisselen zodra we weer thuis zijn.
Het was al met al een dagje behoorlijk zwoegen en doorwerken.
Na de douche en een pilsje maakt de vermoeidheid plaats voor tevredenheid .
Al met al was het weer een mooie.
Kan me bijna niet voorstellen dat ik over een dag of twee Santiago heb bereikt en dat het eind van deze bijzondere tocht zo langzamerhand in zicht komt!!
Tot morgen.
De reis begint nu echt op te schieten, nu nog 135 km te gaan.
Vandaag heb ik 86 km afgelegd.
De rit van vandaag staat in het teken van de laatste beklimmingen.
De Cebreiro en De Alto de Poio moeten worden bedwongen.
Ik ben daarom vanmorgen om 8 uur vertrokken uit Ponferrada.
Vanacht ben ik echt geschrokken.
Ik was net goed en wel ingeslapen toen ik wreed wakker gemaakt werd door een enorme knal.
Ik zat opeens rechtop in mijn bed. Chaotisch vliegen allerlei situaties door je heen; een aansalg, explosie, aardebeving?
Als ik naar het raam ren om te zien wat er aan de hand is, zie ik dat op het plein schuin tegenover het hotel een grote menigte staan.
Als ik op mijn horloge kijk zie ik dat het pas middernacht is, ik heb het gevoel al uren geslapen te hebben.
Plotseling herhalen de knallen zich en het hele plein is kort verlicht, gracieus, in een vloeiende beweging, kruipen allerlei vuurpijlen naar boven om dan met een luide knal uit elkaar te spatten.
Het licht laat duidelijk de conturen van de gebouwen in de directe omgeving zien. Steeds weer veranderen de gebouwen van kleur om dan weer op te lossen in het nachtelijk duister.

Vanuit mijn raam op de eerste etage vroeg ik de hoteleigenaar, die voor het hotel stond te kijken, er aan de hand was. Hij vertelde dat het vandaag een regionale feestdag is dat dan traditiegetrouw een vuurwerk wordt afgestoken.
Na ongeveer een kwartier was de rust teruggekeerd en kon ik mijn slaap hervatten.
Toen ik vanmorgen vertrok was het opnieuw koud. Maar dat was maar van korte duur.

Ik had net even de tijd om in te fietsen of de eerste klim diende zich al aan voor Villafranca.
Stevig klimmetje is het. Vanaf Villafranca loopt de weg geleidelijk op, steeds weer de snelweg A6 kruisend richting Ambasmestas. De snelweg hier is volgens mij nieuw en kent diverse hoge overspanningen en viaducten.
Bouwtechnisch kunnen ze er hier wat van. Vanaf Ruitelán begint het serieus te worden het traject is vanaf hier continue tussen de 6 en 7%.
Tot aan Castro dan wordt het 8 tot 9%.Vanaf Puerto Pedrifata wordt het echt serieus de weg loopt nu 9 tot 10% op.het verradelijke van deze klim is dat naarmate de afstand vordert het stijgingpercentage toeneemt. Oftewel naar mate de vermoeidheid toeneemt, neemt ook het sejigingpercentage toe.
Op het laatste stuk naar Cebreiro kraakt alles, je ketting, het stuur waaraan je steun zoekt en je botten.
Alles gaat pijn doen, je benen, je armen, je rug.
Ik ben mensen voorbij gereden (ja, ja) die van vermoeidheid de fiets in de berm wierpen en er uitgeput bij neervielen.
En bij Cebreiro denk je dat het bijna gedaan is
(ik zit nu op 1300 meter), n
ee hoor we dalen even kort en dan meteen de Alto Poio er achteraan, nog een paar kleine afdalingen en weer omgoog, uiteindelijk bereik je de top. Volkomen gesloopt strijk je op een terras neer.Ik vond het de moeilijkste beklimming van deze reis omdat het stijgingpercentage alleen maar oploopt en er is geen moment waarop je je benen even kunt ontspannen daarnaast stond er een forse tegenwind, die maakte de beklimming nog eens extra zwaar.
De kick is echter dat ik deze klim, in totaal 42 kilometer lang, in zijn geheel fietsend heb afgelegd.
Dat geeft aan de top, hoe kapot je daar ook aankomt een erg voldaan gevoel.
Dan eindelijk een afdaling. Een snelle over een brede weg.
Jammer dat er zo'n sterke, vlagerige wind staat. Maar goed de elementen hebben we niet in de hand.
Vanmorgen bij het vertrek had ik me al voorgenomen om door te fietsen naar Samos en daar te overnachten.

Waarom? Wilma en ik hebben hele fijne herinneringen aan het Griekse eiland Samos.
Hier hebben we samen een onvergetelijke vakantie doorgebracht. Ik ben dus weer in Samos, dit keer (jammer genoeg) zonder Wilma !
In Samos is het weer direct raak in hotel Victoria is een plekje voor me.Ik bestel een pilsje en kom al snel in gesprek met Rudy, een Oostenrijker die te voet onderweg is van Oostenrijk naar Santiago.
Hij heeft deze route al meerdere keren gefietst en loopt de Camino nu. Rudy is ernstig ziek geweest, had keelkanker.
Hij is er van overtuigd dat het sporten, fietsen en lopen, een grote bijdrage heeft geleverd om deze ziekte te overwinnen.
Prachtig toch zo'n instelling en dit soort mannen.
We hebben afgesproken contact te houden en elkaars foto's per e-mail uit te wisselen zodra we weer thuis zijn.
Het was al met al een dagje behoorlijk zwoegen en doorwerken.
Na de douche en een pilsje maakt de vermoeidheid plaats voor tevredenheid .
Al met al was het weer een mooie.
Kan me bijna niet voorstellen dat ik over een dag of twee Santiago heb bereikt en dat het eind van deze bijzondere tocht zo langzamerhand in zicht komt!!
Tot morgen.


0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< Home